Het principe van een warmtepomp kan eenvoudig uitgelegd worden aan de hand van de werking van een koelkast.

Als we een doos melk in de koelkast zetten, dan willen we dat de temperatuur van de melk laag wordt en ook blijft. Er wordt via de verdamper warmte aan het pak onttrokken, waardoor het pak melk zal afkoelen. De onttrokken warmte wordt afgevoerd via het rasterwerk aan de achterzijde (de condensor) van de koelkast. Het hele proces wordt aangedreven door de compressor.

Aan de verdamper van de warmtepomp is een warmtebron gekoppeld (in plaats van de doos melk). Aan deze bron kan het systeem warmte onttrekken (bv.: de bodem).

Aan de condensor (het rasterwerk) van de warmtepomp is een laag temperatuursysteem gekoppeld, waaraan de warmte wordt afgegeven (bv.: vloerverwarming, Jaga-convectoren, muurverwarming).

Prestaties van een warmtepomp

De warmtepomp presteert het best wanneer de temperatuur van het bronsysteem zo hoog mogelijk is, terwijl de temperatuur van het afgiftesysteem net zo laag mogelijk is. Hoe kleiner het temperatuurverschil tussen het bron- en afgiftesysteem, hoe minder aandrijfvermogen nodig is om de energie te transporteren tussen beide systemen.

De prestatie van het warmtepompsysteem wordt berekend door de afgifte-energie te delen door de aandrijfenergie (ook wel Coëfficiënt Of Performance – of COP – genoemd). De COP is bij goed functionerende systemen hoger dan 4. Dit wil zeggen dat om vier delen nuttige warmte te produceren, slechts één deel aandrijfenergie nodig is. De overige drie delen worden geleverd door het bronsysteem.

Lees meer over de voordelen en het rendement van een warmtepomp.